Regels Militair Pistool

6.8 Specifieke regels voor Militair Pistool:
6.8.1 Deze discipline wordt verschoten met 24 wedstrijdschoten en is verdeeld in 4 oefeningen van 6 schoten (zie 6.3.4.).
6.8.2 De eerste serie bestaat uit een precisieserie van 6 schoten op 1 schijf, afstand 25 meter in 3 minuten in de staande houding.
6.8.3 De tweede serie bestaat uit een snelvuurserie van 6 schoten op 1 schijf, afstand 20 meter in 15 seconden in de staande houding.
6.8.4 De derde serie bestaat uit vuurverdelen van 6 schoten op 2 schijven, afstand 20 meter in 12 seconden in de knielende houding (max. 3 schoten per schijf).
6.8.5 De vierde serie bestaat uit vuurverdelen van 6 schoten op 3 schijven, afstand 15 meter in 9 seconden in de staande houding (max. 2 schoten per schijf).
6.8.6 Alvorens aan de proefschoten en de wedstrijd te beginnen, krijgt de schutter drie (3) minuten de tijd op zich te installeren op de schietbaan.
6.8.7 Voordat de wedstrijd begint, mogen 6 proefschoten worden afgevuurd in 3 minuten (gelijk aan eerste serie).
6.8.8 De baancommandant start een serie met het commando "WAPENS LADEN" en noemt de serie en tijd. De schutter mag proefaanslagen maken. Tijdsduur één (1) minuut. Daarna volgt het commando "ATTENTIE". Op dit commando, met uitzondering van proef en de eerste serie, moet de "VAARDIGHOUDING" worden aangenomen of een schutter moet te kennen geven "NIET GEREED" te zijn. Gebeurt dit niet binnen drie (3) seconden dan begint de serie. Als een schutter binnen drie (3) seconden "NIET GEREED" meldt, dan wacht de baancommandant 15 seconden en geeft opnieuw het commando "ATTENTIE" en start vervolgens de serie.
6.8.9 Een serie wordt begonnen door middel van een KORT FLUITSIGNAAL. Elk schot hierna afgevuurd, telt mee in de wedstrijd.
6.8.10 Aan het eind van elke serie volgt het commando "WAPENS ONTLADEN". De schutter ontlaadt dan op de volgende manier: Bij pistolen het magazijn uitnemen, de kamer leeg maken en met de slede geopend het wapen ter inspectie aan de baancommandant laten zien. Bij revolvers de cilinder leegmaken en buiten het frame gekanteld laten zien. Nadat de baancommandant zich daadwerkelijk ervan heeft overtuigd dat het wapen ontladen is mag de schutter het wapen neerleggen of holsteren. De baancommandant geeft hierna de baan vrij.
6.8.11 Knielend: De schutter knielt op de knie aan dezelfde zijde als de hand waarmee het wapen wordt vastgehouden en afgevuurd, of de schutter knielt op de knie aan de andere zijde als de hand waarmee het wapen wordt vastgehouden en afgevuurd, waarbij het lichaam (beide schouders) één lijn moet vormen met de schiet-as. Voor beide hou-dingen gelden de volgende aanvullingen: De schiethand en -arm dienen geheel vrij naar voren te worden gehouden in de richting van de schijf. Hierbij mag men zodanig zitten dat een deel van het zitvlak op de hiel rust. Het gebruik van een kniel-kussen is verboden. De andere hand of arm mag niet worden gebruikt om het lichaam of delen van het lichaam te ondersteunen.
6.8.12 Vaardighouding De series 2 - 3 en 4 van de discipline Militair Pistool starten vanuit de "VAARDIG-HOUDING". In deze houding wacht de schutter op het KORTE fluitsignaal. De tijd eindigt met een fluitsignaal. Dit fluitsignaal vangt aan 2 seconden "VOOR" en eindigt "OP" het einde van de toegestane tijd. Tijdens het fluitsignaal mag er nog gevuurd worden. 6.8.12 Vaardighouding: Bij de gedeelten 2 - 3 en 4 van het onderdeel Militair Pistool begint het schieten vanuit de "VAARDIGHOUDING".
In deze houding wacht de schutter op het op het KORTE fluitsignaal. De tijd eindigt met een fluitsignaal.
Dit fluitsignaal vangt aan 2 seconden "VOOR" en eindigt "OP" het einde van de toegestane tijd.
Tijdens het fluitsignaal mag er nog gevuurd worden.



3.2.5.1 Militair pistool:
1) De schijf is 76 cm hoog en 45 cm breed en uitgevoerd conform het schaal-model zoals weergegeven in afbeelding 1.
2) De schijf is zwart en heeft een ongeveer 1 cm brede witte rand.
3) De schijf is door middel van ongeveer 1 mm brede witte lijnen verdeeld in 5 zones.
4) De centrale zone (10 punten) wordt gevormd door twee verticale lijnen van 5 cm lang en 10 cm uit elkaar welke met elkaar verbonden zijn door twee halve cirkels met een straal van 5 cm. De centrale zone is dus 10 cm breed en 15 cm hoog.
5) De zones met telling 9 tot 6 zijn soortgelijk gevormd. Hun breedte wordt steeds vermeerderd met 10 cm (5 cm aan elke zijde) en hun hoogte wordt steeds vermeerderd met 15 cm (7,5 cm aan elke zijde).
6) De verticale lijnen die de zijdelingse begrenzing vormen van de zones worden telkens 5 cm langer en de middelpunten van de halve cirkels schui-ven steeds extra 2,5 cm op.
7) Het middelpunt van de 10-zone ligt op 37,5 cm onder het hoogste punt van de 6-ring.
8) Op de afmeting van de 10-zone is een tolerantie van +/- 0,5 mm en op de andere zones een tolerantie van +/- 1 mm toegestaan. De zones worden gemeten vanaf de buitenzijde van de witte scheidingslijnen.
9) De zones zijn gemerkt met cijfers welke overeenstemmen met hun waarde (9, 8, 7, 6). Deze cijfers zijn geplaatst op ieder van de vier onderlinge loodrechte horizontale en verticale richtingen. De cijfers dienen 30 mm hoog en 15 mm breed te zijn, terwijl de lijndikte ervan ongeveer 2 mm bedraagt. De 10-zone is niet genummerd.

4.5 Speciale regels voor Militair Pistool:
4.5.1 Iedere schutter die aan een wedstrijd deelneemt, alsmede het op de schietbaan aanwezige kader, is verplicht om tijdens het schieten een veiligheidsbril te dragen.
4.5.2 Handvuurwapens, ingericht voor het verschieten van centraalvuurmunitie, zijn toegestaan met een kaliber van 7.62 tot en met 11.66 mm (.30 - .459) met een maximale looplengte van 6 inch (152,4 mm).
4.5.3 Handvuurwapens dienen verder te voldoen aan de volgende specificaties:
4.5.3.1 Mantelmunitie is toegestaan, mits het baanveiligheids-reglement dit veroorlooft.
4.5.3.2 Mondingsremmen of andere soortgelijk werkende middelen zijn niet toegestaan.
4.5.3.3 Balanceer- en loopgewichten, evenals alle losse hulpmiddelen zoals trekkerschoen - al dan niet verbreed -, verbrede hamer e.d. zijn niet toegestaan.
4.5.3.4 De korrel mag niet voor de loopmonding zijn aangebracht en de keep mag niet zijn aangebracht achter het meest naar achter liggende gedeelte van het mechanisme van het wapen.
4.5.3.5 De trekkerdruk moet minstens 1360 gram bedragen.
4.5.3.6 De greep mag niet verstelbaar zijn en een vaste of verstelbare palmsteun is niet toegestaan. De greep mag niet breder zijn dan 44 mm.
4.5.3.7 Het achterste deel van de greep dat rust op de bovenkant van de hand tussen duim en wijsvinger mag niet langer zijn dan 30 mm. De afstand wordt gemeten vanaf de rechte hoek op de verlengde hartlijn van de loop tussen de punten A en B van de afbeelding behorend bij artikel 8.16.0 ISSF Pistol Rules.
4.5.3.8 Pistolen mogen niet uitsluitend ingericht zijn voor het verschieten van wadcutter-munitie.
4.5.3.9 Het gebruik van een hulzenvanger is niet toegestaan. 0pen wedstrijden kunnen worden verschoten in twee categorieën:
a) Origineel militair pistool: voor alle niet gemodificeerde, van overheidswege uitgereikte persoonlijke verdedigingswapens; (bij twijfel rust de bewijslast op de schutter)
b) Vrij militair pistool: voor alle niet tot de categorie a) behorende wapens.

6.9 Overtredingen en disciplinaire maatregelen 
6.9.1.1 Als de schutter zijn wapen laadt met meer dan 6 patronen wordt hij gestraft met het in mindering brengen van 2 punten op het resultaat van die serie.
6.9.1.2 Te late schoten Indien schoten vallen na het fluitsignaal, wordt de hoogste score als 0 (nul) gewaardeerd.
6.9.1.3 Te veel schoten 1) Wanneer een schutter meer schoten op een schijf lost dan het wed-strijdprogramma voorschrijft (zie artikel 6.3.4 en 6.5.4) zal het hoogst gewaardeerde schot of schoten worden beschouwd als een misser. 2) Wanneer een schutter meer proefschoten afvuurt dan in het programma is toegestaan of is toegestaan door de baancommandant of jury, wordt hij gestraft met het in mindering brengen van 2 punten van zijn eerste wed-strijdserie voor ieder te veel afgevuurd proefschot.

8. STORINGEN
8.2.1 De schutter moet 6 schoten afvuren in elke herhalingsserie. De 6 laagste treffers tellen voor de serie. Niet afgevuurde schoten en schoten die in de herhalingsserie de schijf niet raken, worden als missers beschouwd.
8.2.2 Het herhalen van een serie naar aanleiding van een storing is toegestaan: a) Eén maal in de series 1 en 2 samen, en: b) Eén maal in de series 3 en 4 samen.
8.2.3 Als na 1 (één) storing in een gedeelte van de wedstrijd weer een storing optreedt, worden alleen de werkelijke afgevuurde schoten genoteerd voor de schutter. De serie mag niet worden herhaald en de niet afgevuurde schoten worden gewaardeerd als missers. De schutter mag de wedstrijd verder vervolgen.

11. PROCEDURES VOOR DE SCHOTWAARDERING
11.1 Om de treffers op te meten moet gebruik worden gemaakt van een schotmaatje van onderstaande diameter: Militair Pistool : flens 11,5 mm (+ 0,05/ - 0,00) (.45) 

bron: KNSA-SWR Deel VI, versie 16-12-2008